Hoe het veen het landschap rond Pekela vormde

Written by

in

Wie door Oude en Nieuwe Pekela rijdt, ziet een lang lint van huizen langs een rechte waterloop, met zijstraten die er haaks op staan. Dat patroon is niet toevallig ontstaan. Het is het resultaat van eeuwen turfwinning, waarbij een uitgestrekt hoogveengebied stap voor stap werd afgegraven en omgevormd tot bewoonbaar land.

In dit artikel lees je hoe de vervening werkte, waarom kanalen en wijken zo belangrijk waren en waar je die geschiedenis vandaag nog terugziet als je met andere ogen door het dorp loopt.

Een land van hoogveen

Lang voordat er sprake was van dorpen, lag in het oosten van Groningen een dik pakket hoogveen. Dat veen was in duizenden jaren ontstaan uit veenmos en andere plantenresten die in een nat en zuurstofarm milieu niet verteerden. Het gebied was drassig, moeilijk begaanbaar en nauwelijks bewoond.

Toch zat er waarde in die natte grond. Gedroogd veen, oftewel turf, was een belangrijke brandstof voor huishoudens en ambachten in de steden. Vanaf de zeventiende eeuw groeide de vraag zo sterk dat ondernemers en de stad Groningen het veengebied systematisch gingen ontginnen. Zo begon de geschiedenis van Pekela als veenkolonie.

Hoe de vervening werkte

Vervenen was zwaar en planmatig werk. Eerst moest het veen ontwaterd worden, want nat veen kun je niet afgraven. Daarna werd de bovenste laag, het minder bruikbare bolster, opzij gelegd. De diepere lagen werden in blokken gestoken, te drogen gelegd en later als turf afgevoerd.

Wat overbleef was geen kale vlakte zonder toekomst. De afgegraven grond werd vermengd met de bovenlaag en met zand uit de ondergrond. Zo ontstond dalgrond, een bodem waarop landbouw mogelijk werd. Waar eerst veen lag, kwamen akkers met onder meer aardappelen en graan.

Kanalen en wijken als ruggengraat

Turf afvoeren over land was in een drassig gebied vrijwel onmogelijk. Daarom was water de sleutel. Door het gebied werd het Pekelder Hoofddiep aangelegd, een hoofdkanaal waarlangs schepen de turf naar de afzetmarkten brachten. Vanuit dat hoofddiep werden haaks daarop smallere kanalen gegraven: de wijken.

Die wijken hadden een dubbele functie. Ze voerden water af, zodat het veen droog genoeg werd om te steken, en ze dienden als vaarweg om de turf vanaf de veenputten naar het Hoofddiep te brengen. Naarmate het veen verder werd afgegraven, werden de wijken verlengd. Zo groeide het landschap als een soort visgraat, met het hoofddiep als graat en de wijken als zijtakken.

Langs het water vestigden zich turfgravers, schippers, winkeliers en ambachtslieden. Er kwamen scheepswerven, want al die turf moest vervoerd worden. Pekela ontwikkelde zich daardoor ook tot een plek waar scheepvaart en scheepsbouw een grote rol speelden.

Van turf naar industrie en landbouw

Toen de turfvoorraad afnam, veranderde het dorp mee. De vrijgekomen dalgronden werden gebruikt voor landbouw, en uit die landbouw ontstond later industrie. In Oost-Groningen werd bijvoorbeeld strokarton gemaakt van graanstro, en ook in Pekela speelde die industrie een rol. De kanalen bleven lange tijd belangrijk voor het vervoer van grondstoffen en producten.

Wil je weten hoe die geschiedenis vandaag nog leeft in verhalen, evenementen en lokale ontwikkelingen, dan vind je op nieuwsuitpekela.nl regelmatig nieuws en achtergronden uit Pekela en omgeving.

Waar je het veenverleden nog ziet

In de twintigste eeuw verloor het water zijn rol als transportroute. Veel wijken werden gedempt en veranderden in straten. Toch is het oorspronkelijke patroon nog goed herkenbaar als je weet waar je op moet letten.

  • Het lange lint van bebouwing langs het Pekelder Hoofddiep
  • Rechte zijstraten die haaks op het hoofddiep lopen, vaak op de plek van vroegere wijken
  • Bruggen en waterlopen die verwijzen naar het oude vaarwegennet
  • Smalle, langgerekte kavels die passen bij de manier waarop het veen werd verdeeld
  • Kapiteinswoningen en oudere panden die herinneren aan de tijd van scheepvaart

Een landschap met een verhaal

Het landschap rond Pekela is dus geen natuurlijk gegroeid landschap, maar een door mensen ontworpen ruimte. Elke rechte lijn vertelt iets over de manier waarop generaties turfgravers, schippers en boeren het veen hebben omgezet in woon- en werkgebied.

Als je de volgende keer langs het Hoofddiep fietst of door een van de zijstraten wandelt, kijk dan eens naar de richting van de wegen, de afstand tussen de huizen en de plekken waar vroeger water stroomde. Dan zie je dat het veen misschien grotendeels verdwenen is, maar dat het nog altijd bepaalt hoe Pekela eruitziet.